Mem houdt je hand stevig vast. Rechts zie je de zandbak liggen, een paar zandtaartjes op de rand maar verder verlaten. Daarachter, verscholen in de bosjes, de blokhut die altijd zo lekker naar bos ruikt. De schommel met de autoband wiebelt nog zachtjes heen en weer. Links wacht de rekstok, waar je nog steeds geen molendraai op kunt, nee durft te maken. Misschien dit jaar, maar daar kun je nu niet over nadenken. Jullie lopen voorbij de deur van de kleuterschool, waar je de afgelopen jaren naar binnenging, richting de Grote School. Je maag trekt zich strakker in een knoop. Straks gaat het eindelijk gebeuren.
Vorig jaar leerde juffrouw Ingrid die nare Jeroen al lezen. Waarom mocht hij het wel en jij niet? Je durfde het juffrouw Ingrid niet te vragen, zo aardig was ze niet. Mem zei dat het is omdat Jeroen een beetje druk is en afleiding nodig heeft. Je vond het maar een rare reden. Jij wilde ook wel eens iets anders dan in de blokkenhoek spelen. Ontelbare keren heb je geprobeerd om Heit zover te krijgen dat hij je leerde lezen, maar zijn antwoord bleef steeds hetzelfde: ‘Dat moet de juffrouw van groep drie je maar leren.’ Zó gemeen!
Bijna bij de deur. Met elke stap voel je je hart sneller kloppen. Je wilt heel graag lezen, maar wat als je het helemaal niet kunt? Je onderlip trilt licht. Misschien wist juffrouw Ingrid dat wel, dat ze het je daarom niet leerde. Je ogen zoeken die van Mem. Ze glimlacht alsof ze je gedachten heeft gehoord en knijpt twee keer in je hand voordat ze hem loslaat. Zachtjes duwt ze je door de open deur naar binnen.
Je herkent het blauwgrijze linoleum op de vloer, dat is hetzelfde als op de kleuterschool. Het ruikt er naar citroen. Je wordt er een beetje misselijk van. Bij de deur van het klaslokaal staat de nieuwe juf te wachten.
‘Welkom in groep drie! Zoek maar een mooi plekje,’ zegt ze vriendelijk.
Je kunt alleen maar knikken en stapt snel het lokaal binnen. Achter je hoor je Mem nog praten met de juf, maar je luistert niet. Eerst een goed plekje uitzoeken. Voor het schoolbord blijf je staan en kijk je om je heen. Het eerste wat je ziet, zijn de boeken, verdeeld over twee lage planken aan de achterwand. Jeroen kan ze vast allemaal al lezen. Zou jij dat aan het eind van het schooljaar ook kunnen? Je probeert te slikken, maar er lijkt iets vast te zitten in je keel.
Een deel van je klasgenoten heeft al een plekje gekozen. Je glimlacht naar Janneke, die vrolijk terugzwaait. Zij heeft een tafeltje rechts achteraan gekozen, aan de kant van het grote raam. Naast haar is nog een plekje vrij, dichtbij de boekenplanken. Je bijt op je lip. Met een schuin hoofd kijk je naar een plekje rechts vooraan, vlakbij het bureau van de juf.
Mem steekt haar hoofd om de hoek van de deur. ‘Weet je al waar je gaat zitten?’
Je knikt en wijst naar het tafeltje vlakbij het bureau van de juf.
‘Goed zo. Tot straks,’ zegt Mem en zwaait.
Snel loop je naar het tafeltje en schuif je het stoeltje over de gladde geboende vloer naar achteren. Je zucht. In het lichtgroene tafelblad zitten een paar diepe groeven. Je volgt ze met je vinger. Ja, dit plekje voelt goed. Onder het tafeltje trilt je been zenuwachtig op en neer. Dan doet de juf de deur dicht en loopt naar haar bureau.
‘Welkom allemaal! We gaan zo beginnen met lezen,’ zegt ze, terwijl ze haar hand op een stapel boekjes legt.
Je gaat gretig rechtop zitten, het trillende been onder het tafeltje valt stil. Eindelijk.
Bron: https://nos.nl/artikel/2627209-nieuw-schooljaar-met-nieuwe-kerndoelen-want-taal-en-rekenen-moeten-beter