Voorzichtig schuift ze de vitrage van het raam opzij en knijpt haar ogen tot spleetjes. De straat ligt in de brandende zon, een zacht briesje laat de bruine blaadjes over de stoep ratelen. Er is niemand buiten, op de man van nummer twaalf na die zijn hond uitlaat. Hij steekt zijn hand op, maar ze laat de vitrage snel weer vallen.
Ze legt even haar hand op haar hart, in de hoop dat het wat rustiger klopt. Niemand op straat, geen reden om de zenuwen zo op te laten lopen. Ze zakt diep weg in de oude fauteuil, herschikt het kussen in haar rug en zucht. Haar schouders ontspannen. Ze schudt haar hoofd: ze moet zich niet gek laten maken.
Er gaat natuurlijk helemaal niks gebeuren vandaag. Dat er gisteren niks gebeurde, daar had ze op gerekend. Ze had het ingecalculeerd, het haar cliënten – ze spreekt altijd over cliënten, klanten klinkt te ordinair – meegegeven dat er misschien ruis op de lijn zat, vertraging. Transformaties kosten nou eenmaal tijd. Een disclaimer noemt ze het, al vindt ze het eigenlijk overbodig om die te geven. Mensen zijn zo goedgelovig, grinnikt ze in zichzelf.
Een buitenaards geklingel van synthesizermuziek gevolgd door doffe dreunen snijdt door de stilte. Haar telefoon ligt op het gehaakte kleedje van de salontafel en trilt tegen de zware stenen asbak. Ze houdt haar adem in en wacht. Ze durft niet op te nemen, durft zelfs niet te kijken wie het is, alsof ze met haar ogen de telefoon zou kunnen ontgrendelen. Een laatste ping van haar intergalactische ringtone. Ze buigt voorover, pakt de telefoon en ziet de gemiste oproep: anoniem. Geen cliënt, lijkt het. Een zucht ontsnapt haar lippen terwijl ze terugzakt in de fauteuil. Een trilling trekt door haar hand. Van schrik laat ze de rinkelende telefoon uit haar hand vallen. Anoniem, staat er weer op het display. Ze vlucht naar de keuken en trekt de deur achter zich dicht, zodat het geluid van heel ver klinkt.
Ze pakt een glas en vult het onder de koude kraan. Te gulzig neemt ze een slok. Die hoestbui had ze kunnen zien aankomen. Ze klopt zichzelf op de borst, terwijl een traan aan haar ooghoek ontsnapt.
Die stomme telefoon, denkt ze. Waarom moet ze er zo van schrikken? Ze heeft de nummers van al haar cliënten in haar telefoon staan. Nieuwe cliënten neemt ze niet aan, haar praktijk zit vol. Het kan dus niet iemand zijn die verhaal komt halen. Iemand die vanochtend wakker werd en moest vaststellen dat de transformatie nog steeds niet begonnen was. Natuurlijk niet, zelf had ze er ook geen fiducie in. Maar haar cliënten had ze voorgehouden dat de transformatie uiterlijk vandaag zou beginnen. Dat de betekenis van de eclips zich zou ontvouwen, had ze plechtig gezegd, terwijl ze op de sterrenkaarten wees. Die disclaimer, die hoop, verloopt vandaag.
De deurbel schalt door de gang. Ze verstijft. Er was toch niemand op straat? Zachtjes opent ze de deur van de keuken en ziet een schim door het melkglas van het raampje in de voordeur. Er wordt opnieuw aangebeld, lang, ongeduldig. Ze houdt haar adem in. Ineens zakt de schim naar beneden. Ze hoort het klepje van de brievenbus omhoog klappen. Een paar ogen achter een bril verschijnt in de opening. Trillend sluit ze de deur van de keuken.
Een doffe dreun. Het keukenraam trilt na in de sponning. Verschikt doet ze een stap naar achteren, haar hart klopt in haar keel. Wat was dat? Is de schim door de poort gekomen? Maar die zit toch op slot? Ze dwingt zichzelf om langzaam naar het keukenraam te lopen en kijkt naar buiten. Naast de pot met rode geraniums ligt een merel. Dood, lijkt het. Geen goed voorteken, denkt ze en snuift. Gaat ze nu zelf in die onzin geloven?
Bron: https://nos.nl/artikel/2626591-nederlanders-smullen-van-de-eclips-lijkt-een-maan-die-licht-geeft