Den Haag, Statenzaal, 4 februari 1608
De schilder buigt zich om zijn doek heen om de zaal te bekijken. Een mooie, statige zaal, vindt hij, waar geschiedenis geschreven wordt. Hij blaast even op zijn koude vingers, maar het wolkje brengt geen warmte over. Aan de wand hangen kleurige kleden met jachttaferelen. Hij wil proberen ze zo goed mogelijk weer te geven op zijn schilderij. In het verlengde van de dubbele deuren staat een lange tafel met daaraan dertig stoelen, sommige op een verhoging. Daar zitten belangrijke mannen, daar moet hij zijn best op doen.
Een voor een druppelen de Statenvertegenwoordigers binnen. Ze doen allemaal net of ze hem niet zien. Op de hoek van de tafel, het dichtst bij hem, schuift Frederik Hendrik zijn stoel naar achteren en gaat zitten. Hij herkent de halfbroer van de stadhouder van de gravures die zo populair zijn: iedereen lijkt ze te sparen en te ruilen. Hij schetst met korte streken het wandkleed met daarop een everzwijn. Was hij maar op het idee gekomen om ze te maken, dan was hij net zo rijk geweest als Hendrick Hondius. Maar dan had hij hier waarschijnlijk niet gezeten.
Hij spiekt weer even de zaal in. Een man met een puntig baardje heeft plaatsgenomen tegenover Frederik Hendrik en is bezig om tergend langzaam zijn witte handschoenen uit te trekken. Die handschoenen zijn vast een belangrijk detail, hij moet niet vergeten om ze op het schilderij weer te geven. Als de man het niet langer kan uitstellen, slaat hij zijn ogen op. Zijn blik kruist die van hem. Snel duikt hij terug achter zijn ezel.
‘Excellentie,’ hoort hij de raadpensionaris zeggen.
‘Van Oldenbarnevelt,’ gromt Frederik Hendrik terug.
Voorzichtig schuift hij zijn kruk naast de ezel, zodat hij een beter overzicht heeft van de zaal. De kruk krast over de houten vloer.
Van Oldenbarnevelt snuift geïrriteerd. ‘Ik wist niet dat er een schilder bij zou zijn vandaag.’
‘Belangrijke vergadering natuurlijk, mijn beste.’
‘Wie is dat?’
Frederik Hendrik draait zich half om en bekijkt hem van top tot teen. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Maakt dat uit? Het zal Hondius niet zijn, die heeft zo’n opdracht niet nodig.’
Van Oldenbarnevelt kijkt hem vragend aan.
‘Hondius, Van Oldenbarnevelt, van de gravures. Die zijn niet aan te slepen, begrijp ik. Of verkopen die van u niet zo goed?’ Zijn korte lach klinkt als hondengeblaf.
Van Oldenbarnevelt kleurt langzaam rood, zijn nek steekt scherp af tegen de witte kraag.
‘Ik hou mij daar niet mee bezig, u zult begrijpen dat staatszaken van een veel groter belang zijn.’
Maar Frederik Hendrik luistert niet. Hij buigt zich over de tafel naar een man halverwege, die op de verhoging zit. ‘Hé broer, hoe verkopen jouw gravures? Die van Van Oldenbarnevelt blijkbaar heel slecht.’
‘Ach, wat sneu,’ reageert Maurits, terwijl een brede lach op zijn gezicht verschijnt. ‘Blijkbaar doet het je populariteit geen goed als je het leger in een Spaanse val laat lopen.’
De schilder ziet dat de mond van de raadpensionaris in een smalle streep trekt. Zo kan hij hem beter niet schilderen.
‘Maar de Slag bij Nieuwpoort winnen, dat helpt wel,’ gaat Maurits verder.
Van Oldenbarnevelt slaat met zijn vlakke hand op tafel. ‘Maak het kort!’
De schilder houdt zijn adem in.
Frederik Hendrik trekt zijn wenkbrauwen op en begint te lachen. ‘Het zit Van Oldenbarnevelt nogal hoog, broertje. Misschien moeten we zijn beeltenis opkopen en uitdelen aan het volk?’
‘Ik denk niet dat dat de zaken van Hondius goed zal doen. Trouwens, ik heb nog een gravure gekregen van Willem Lodewijk hier met zijn eigen hoofd erop.’ Maurits rolt met zijn ogen en wijst naar de man tegenover hem. ‘Maar die heb ik al. Kunnen we ruilen?’
Willem Lodewijk houdt zijn hand omhoog. ‘Heren, heren. Kunnen we nu eindelijk beginnen? De Spanjaarden sturen een onderhandelaar voor een bestand, dat lijkt me belangrijker dan welke plaatjes ook.’
De mannen aan tafel vallen stil en gaan rechtop zitten, alsof ze al geschilderd zijn. De schilder brengt zijn penseel weer naar het doek. Later zullen de mensen zijn schilderij zien en spreken over de geboorte van een natie. Hij grinnikt om zijn eigen gedachte. Laat hij eerst die vergadering maar eens vastleggen.
Bron: https://nos.nl/artikel/2619372-schilderij-ontdekt-van-vergadering-in-1608-de-geboorte-van-nederland