De bestuurder

Gepubliceerd op 16 juni 2026 om 17:53

Hij baant zich een weg door de haag van journalisten, richting de dienstauto die even verderop geparkeerd staat. Ze vragen van alles door elkaar, het enige wat hij verstaat is zijn naam.

‘Meneer Schoof, hoe…?’

‘Meneer Schoof, wat…?’

‘Meneer Schoof, waarom…?’

Een microfoon botst tegen zijn wang. Hij wrijft erover en blijft doorlopen. Vanochtend heeft hij de knoop doorgehakt: hij geeft geen commentaar op het verhoor waaraan hij zich zojuist onderworpen heeft.

Achter hem hoort hij mensen iets roepen. Er klinken gehaaste voetstappen op de kinderkopjes. Voor hem ligt de weg naar de dienstauto ineens open. Vreemd. Hebben ze begrepen dat hij niks gaat zeggen? Hij draait zich om en blijft even staan. Ah. Mark Rutte is gearriveerd. Appeltje in de hand, op zijn vertrouwde stadsfiets, een grijze sjaal om zijn hals gedrapeerd. Hij steekt zijn hand op naar zijn voorganger.

Maar Mark is druk met zwaaien naar de journalisten. ‘Hai hai!’

Het moment is voorbij. De hand die hij in de lucht gestoken had, laat hij snel over de verharde plukken haar op zijn hoofd strijken. Dan draait hij zich om en loopt door naar de dienstauto.

De chauffeur knikt hem kort toe en opent het portier voor hem. Hij legt zijn koffertje op de achterbank en zet zich schuin achter de bestuurdersstoel. Het donkere leer voelt koel aan.

De auto zet zich in beweging, Den Haag uit. Hij zucht en sluit zijn ogen. Heeft hij zijn verhaal goed verteld? De standpunten met de kennis van toen goed verdedigd? Heeft hij weer gehakkeld?

Drie keer. Hij knijpt zijn ogen stijf dicht. Drie keer is hij over zichzelf als de premier begonnen. Terwijl hij toch wist dat hij daar zat om vragen te beantwoorden over zijn tijd als secretaris-generaal. Hij had geprobeerd eroverheen te praten, een grapje te maken.

‘De premier is níet de oplossing voor alles,’ echoot het in zijn hoofd.

Dat had hij gezegd. Met een glimlach, maar een echt grapje was het niet geworden. Als premier was hij graag wél de oplossing geweest. Daarom had hij ja gezegd op de vraag van Wilders. Om het verschil te maken. Maar net als in de coronatijd ging de besluitvorming van de coalitie buiten hem om. Het beeld van dat harde, hoekige bankje op de gang van Financiën dringt zich op. Hij schudt licht zijn hoofd alsof hij zo de gedachte wil verdrijven, maar het lukt niet. Het duurde uren voor ze hem kwamen vertellen hoe zijn Voorjaarsnota eruit ging zien.

Hij doet zijn ogen open en kijkt uit het raam. Huizen hebben plaatsgemaakt voor grasland, wat kassen in de verte. Is hij misschien de MP die het snelst uit het geheugen verdwenen is? Hij slikt. De mannen van Even tot hier maken elke week grappen over hoe niemand zijn naam nog kent. Zou de chauffeur hem nog kennen? Hij bekijkt de man in de achteruitkijkspiegel. Ineens zijn de ogen van de bestuurder ook op hem gericht. Hij voelt een klein schokje, onderin zijn buik. Maar de ogen draaien weg en hij hoort het tikkende geluid van het knipperlicht.

 

Bron: https://nos.nl/artikel/2618297-tweede-week-coronaverhoren-hoe-ver-ging-het-kabinet-om-code-zwart-te-voorkomen