In een loods, verlicht door één knipperende Tl-buis, spuugt een AI-model ideeën op een digitale lopende band. Razendsnel typt de AI-schrijver een boek bij elkaar. De AI-redacteur scherpt wat zinnen aan en stuurt het door naar een AI-proeflezer. Iets verderop neemt een man tevreden een slok koffie: weer een boek geproduceerd.
Dit is wat ik me voorstelde bij een artikel in Trouw van 12 mei. Het AI-team van uitgeverij Andries BV genereert ideeën, schrijft teksten en leest ze na, wat resulteert in een productie van tien boeken per dag. Alleen bij het versturen van een bestelling komt er een mens aan te pas. Het beeld liet me niet los.
Maar waarom? Ik weet dat het steeds moeilijker wordt om AI-teksten te onderscheiden van door mensen geschreven teksten. In 2024 publiceerden Amerikaanse onderzoekers een studie in Scientific Reports waaruit bleek dat proefpersonen AI-gegenereerde haiku’s eerder aan mensen toeschreven dan aan AI. Sterker nog, de proefpersonen vonden de AI-gegenereerde gedichten mooier.
Ik voel me ongemakkelijk. De industriële manier waarop Andries BV zijn boeken produceert, waarop boeken, artikelen en teksten zich blijven opstapelen… Hoe moet ik, als beginnend schrijver en wetenschapsjournalist, in die wereld een plek bemachtigen?
Want ik hou van schrijven. Van nieuwsgierigheid aanwakkeren. Van een structuur als een LEGO-bouwwerk in elkaar zetten. Zelfs van de frustratie van almaar zoeken naar dat ene woord, maar vooral van de voldoening om eindelijk het juiste te vinden.
De lopende band van Andries BV laat zien dat schrijven niet langer het product is van bloed, zweet en tranen. De teksten blijven verschijnen. De uitgeverij biedt zelfs een boek aan met als titel Hoe schrijf ik een boek. Schrijven zonder schrijver.
Afbeelding gemaakt door ChatGPT