Daar lig ik alweer, mijn favoriete plekje was nog vrij. De zon is nog maar net op, maar ik ben zeker niet de eerste. Daar verderop zit die Engelse familie al en tegenover me dat Nederlandse stel. Ik maak geen contact, daar heb ik helemaal geen zin in. Dit is mijn favoriete moment van de dag, wanneer het nog zo lekker rustig is. Wanneer alleen de vogels fluiten en er geen geschreeuw om me heen klinkt.
Ik lig in de schaduw. Nog wel. Straks wordt het weer warm, er is geen wolkje aan de lucht. Wind staat er ook al niet. Dan zal de chloorlucht zich weer vermengen met die van zonnebrand. Een beetje misselijkmakend.
Misschien ben ik toch nog even ingedommeld. Ik hoor wat gespetter, een huilend kind dat gevallen is. Het wordt langzaamaan drukker om me heen. De werkdag lijkt nu echt te gaan beginnen.
Er loopt een man langs de rand. Lichtroze vlekken omcirkelen zijn ogen, zodat ze groter lijken. De rest van zijn hoofd is zo rood als een tomaat. Hij komt recht op mijn stoel af, alsof dit een vrije plek is. Maar hij ziet me hier toch zitten? Ik zie nu dat het haar op zijn rug met zonnebrand tegen zijn schouders geplakt zit. Hij zet zijn hand op de rugleuning. Zijn andere hand komt dichterbij. Ik kan geen kant op. Geconcentreerd kijk ik naar de rouwranden onder zijn nagels, alsof ik hem zo kan afweren. Zijn hand hangt boven mijn bovenkant. Ik zet me schrap en dan… schuift hij me van de stoel af.
De betonnen vloer voelt koud en hard aan. Boven mij kraakt de plastic ligstoel als de man erop gaat liggen. Ik hoor hem zuchten alsof hij al hard gewerkt heeft. Maar wat moet ik? Hoe graag ik zou willen, ik kom hier niet zo gemakkelijk vandaan. Ik voel de blikken van het Nederlandse stel tegenover me op me branden. Waar is mijn vriend?
De man in de stoel boven me smeert zich in met zonnebrand. Verspilde moeite, als je het mij vraagt. De fles zonnebrand zweeft boven me tot hij hem uit zijn hand laat glippen. Ik voel dat hij het dopje niet goed op de fles heeft gedaan. Ook dat nog.
Hoe lang lig ik hier al? Ik heb geen gevoel voor tijd. De zon kruipt langzaam dichterbij, de voeten van de man kleuren steeds beter bij zijn hoofd. Waar blijft mijn vriend? Ik had één taak vandaag. Mijn vriend zal boos zijn straks, ik weet het zeker.
De man komt langzaam overeind en kijkt naar links. Ik kan niet zien wat hij ziet, maar ik hoor een bekende stem.
‘Dat is mijn plek!’
De man lacht alleen maar.
Mijn vriend grist me hardhandig van de grond en duwt me in het gezicht van de man. Ik kan zijn neusharen tellen voor hij zijn gezicht terugtrekt.
‘Ik heb toch mijn handdoek neergelegd. Dan is die plek gereserveerd. Zoek maar een andere plek.’
De man gaat staan. Hij is een kop groter dan mijn vriend. Ik voel dat we een stapje achteruitgaan. Er lijkt een stilte rond het zwembad te vallen. De man wijst op een bordje in de verte. Ik kan het niet lezen.
‘Nou en?’ zegt mijn vriend. ‘Iedereen doet het, hoor.’‘Dat zullen we nog wel eens zien.’ De man loopt weg.
Snel legt mijn vriend mij neer en strijkt me recht zodat ik helemaal lekker lig, alleen mijn randje ligt in de zon. Hij doet zijn T-shirt uit en legt hem naast mij neer. Dan draait hij zich om en duikt in het zwembad. Straks kan ik weer mijn echte taak uitvoeren, heerlijk.
Een schaduw valt op mijn randje. De man en de manager staan aan de rand van het zwembad.
Bron: https://nos.nl/artikel/2613414-duitser-krijgt-schadevergoeding-om-handdoekjeleggen-op-kos