Het hbo krijgt mogelijk een nieuwe academische titel: de Professional Doctorate. Maar wat die titel precies toevoegt, blijft onduidelijk.
De Professional Doctorate (PD) moet het hbo een nieuwe academische titel geven voor praktijkgericht onderzoek en innovatie. Voorstanders presenteren deze graad als een logische en noodzakelijke aanvulling op de universitaire PhD. Minister Letschert (Onderwijs) spreekt tegenover de NOS zelfs van een ‘ontbrekend puzzelstukje’. Maar welke puzzel deze nieuwe titel moet oplossen, blijft onduidelijk. Als het probleem vaag is, hoe goed kan de oplossing dan zijn?
Volgens de hogescholen leeft er een sterke behoefte aan professionals die ‘complexe beroepsgerichte vragen’ kunnen oppakken. Die vragen komen vooral uit de energietransitie en de zorg, waar personeelstekorten tot andere manieren van werken dwingen. In een vierjarig promotietraject doen kandidaten praktijkgericht onderzoek en ontwikkelen ze nieuwe werkwijzen. De overheid verwacht dat de PD het hbo duidelijker neerzet ten opzichte van de universiteit en zou kunnen bijdragen aan meer erkenning in binnen- en buitenland.
De PD bereikte vorige maand de opiniepagina’s van deze krant. Columnist Mark van Ostaijen was kritisch over de invoering van de nieuwe titel: van een kloof tussen wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek is volgens hem geen sprake, alleen van verkeerde framing. Van Ostaijen waarschuwde dat hogescholen niet op universiteiten moeten gaan lijken. Ab Kragtwijk, mt-lid van het Centre of Expertise Groen, stelde daar in deze krant tegenover dat de PD juist erkent dat kennisontwikkeling steeds vaker in de praktijk plaatsvindt. Hun standpunten laten zien hoe verschillend de PD wordt geïnterpreteerd.
Maar zelfs wanneer je uitgaat van een kloof tussen universiteit en hbo, is niet duideljik waarom de PD het aangewezen middel is om die te overbruggen.
Het idee voor de PD kent verschillende doelstellingen: een betere verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt, erkenning van praktijkgericht onderzoek, en de plaats van het hbo binnen het hoger onderwijs. Het ministerie en de hogescholen vegen deze doelen regelmatig op een hoop, alsof ze één groot, samenhangend doel beschrijven. Dat is veel te eenvoudig: het gaat om heel verschillende doelen, die elk een specifieke aanpak vragen. Eén enkele ingreep als de invoering van de PD kan niet alle doelen realiseren.
Toch stelt de Vereniging Hogescholen op hun website dat de PD nodig is om ‘complexe praktijkgerichte vraagstukken’ op te lossen. Maar ook zonder de nieuwe titel doen onderzoekers op het hbo al praktijkgericht onderzoek en leiden docenten studenten op voor complexe beroepssituaties. Dat gebeurt via lectoraten en samenwerkingen met het werkveld. Als het hbo deze functies zelf al vervult, welk probleem blijft er dan nog over voor de PD om op te lossen?
Om dat te onderzoeken, startte het ministerie van onderwijs in 2023 een pilotonderzoek samen met de hogescholen. Naast het vormgeven van de PD moet het onderzoek uitwijzen of er werkelijk behoefte is aan de nieuwe titel en welke plek die kan krijgen in het hoger onderwijs. Zo draait de vraag om: eerst een oplossing verkennen, daarna pas het probleem.
Een jaar na de start van de pilot verscheen het rapport De staat van de PD 2023 van de ValidatieCommissie PD (VaCo-PD). Volgens de commissie ligt de pilot op schema: de voorbereiding is afgerond en de uitvoering loopt volgens plan. Hogescholen en overheid werken tegelijkertijd aan zowel uitvoering als evaluatie. De commissie stelt dat de pilot alleen kan slagen als er zicht is op de invoering van de PD-titel, terwijl precies die invoering het onderwerp van de pilot is. Toch vond minister Bruins (Onderwijs) het rapport in 2024 voldoende om de invoering van de PD toe te zeggen. Zijn opvolger Letschert werkt inmiddels aan wetgeving om de titel al in 2027 in te kunnen voeren, terwijl de pilot nog tot 2029 loopt.
Daarmee loopt de politiek op de resultaten van het onderzoek vooruit, waardoor de invoering van de PD al vast lijkt te staan. Het PD-traject vraagt om een scherp geformuleerde onderzoeksvraag. Voor de invoering van de graad zou dat niet anders moeten zijn.